Keuze uit de nieuwe aanwinsten van het jaar 2000:

Jacques de Gheyn II (Antwerpen 1565-1629 Den Haag)
Drie tekeningen:
Buste van Christus;
Buste van de heilige Simon; en
Buste van de heilige Johannes de Evangelist
in pen en bruine inkt en gewassen in grijs, getraceerd, ca. 136 mm diameter (inv. nos 2000-T.29/31)


Deze drie ronde tekeningen voorstellende Christus, De heilige Johannes en De heilige Simon, zijn ontwerpen voor een serie van 14 gravures van Christus, de twaalf apostelen en Paulus, uitgevoerd door Zacharias Dolendo (1561- ca. 1605). Tot voor kort werden deze ontwerptekeningen als verloren beschouwd en waren er slechts vier voorbereidende tekeningen voor de serie prenten bekend: De heilige Thomas, en De heilige Matthaeus (Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam), De heilige Judas Thaddeus (The Minneapolis Institute of Arts) en De heilige Matthias (National Gallery of Arts, Washington). De nieuw ontdekte tekeningen, aangekocht door de Fondation Custodia, zijn gemaakt in dezelfde stijl en techniek als de andere ontwerpen en zijn eveneens langs de lijnen getraceerd; een methode om afbeeldingen op een ander oppervlak over te brengen, in dit geval de koperplaat voor de gravure. De uiteindelijke gravures zijn in spiegelbeeld ten opzichte van de ontwerptekeningen.

De serie kan rond 1596 gedateerd worden, vroeg in de carrière van de kunstenaar. Jacques de Gheyn was van 1585 tot ongeveer 1590 in het atelier van Hendrick Goltzius (1558-1617) in Haarlem werkzaam geweest, maar besloot rond 1590 zich zelfstandig in Amsterdam, en later in Leiden, te vestigen als graveur en uitgever. Had hij hiervoor vooral naar ontwerpen van andere kunstenaars gegraveerd, nu liet hij ook gravures naar zijn eigen tekeningen maken. Dit is het geval met deze serie van apostelen. De Gheyn maakte de ontwerptekeningen en liet vervolgens de gravures door zijn leerling Zacharias Dolendo uitvoeren. In deze beginperiode van zijn eigen carrière is nog duidelijk de invloed van de stijl van zijn leermeester Goltzius te zien.

Bibl.: - I. Q. van Regteren Altena, Jacques de Gheyn, three generations, Den Haag 1983, onder n° 66, n° 70, n° 76
- J. P. Filedt Kok, M. Leesberg, "The De Gheyn Family", in : The New Hollstein Dutch & Flemish Etchings, Engravings and Woodcuts 1450-1700, Rotterdam 2000, nos 86-99


Johan Barthold Jongkind (Lattrop 1819-1891 Grenoble)
Een aquarel over een ondertekening in zwart krijt
Gezicht op Montmartre uit ca. 1849, gesigneerd, 258 x 416 mm (inv. n° 2000-T.1)


Johan Barthold Jongkind wordt gezien als een voorloper van het Impressionisme. Zowel Monet, Manet als Pissarro noemen hem als de wegbereider van het impressionistische landschap. Uit Nederland afkomstig, vertrok hij op 25-jarige leeftijd in 1846 voor het eerst naar Parijs. Tot 1855 woonde hij hoofdzakelijk in Montmartre. In deze periode maakte hij veel stadsgezichten van Parijs, waaronder de aangekochte aquarel Gezicht op Montmartre. Deze vroege aquarel van de kunstenaar toont al iets van de vrijheid in uitvoering waar zijn latere aquarellen (1862, 1883 en 1884) zo beroemd om zouden worden. Op de voorgrond zien we een hooggelegen, braakliggend terrein dat met vlotte streken is afgebeeld. Bij de bebouwing in de verte stijgen vele rookpluimen uit de schoorstenen op. Dit alles is in lichte, maar bruine kleuren weergegeven, die nog de invloed van zijn leermeesters (Andreas Schelfhout, Eugène Isabey) tonen.


Pieter Lastman (Amsterdam 1583-1633 Amsterdam)
Een tekening van
Mercurius in rood en wit krijt op licht-oranje geprepareerd papier, 282 x 209 mm (inv. n° 2000-T.6)


Pieter Lastman, de leermeester van Rembrandt, heeft verschillende figuurstudies in rood en wit gemaakt. In dit geval gaat het om een studie van Mercurius uitgevoerd op geprepareerd papier. Het is onbekend voor welk schilderij het een voorstudie zou zijn. Mercurius zien we van onderen af, waardoor hij boven ons uittorent. Toch is de figuur niet monumentaal, maar eerder op een elegante wijze neergezet. De rode krijtlijnen zijn zeer vrij, getuige de arceringen van de mantel, en ook zeer sierlijk, zoals te zien is bij de rechterarm van Mercurius. De vrije stijl van tekenen van deze figuurstudie is soms ook in de vroege figuurstudies van Rembrandt terug te vinden.

Tent.: Amsterdam, Museum Het Rembrandthuis, Pieter Lastman, leermeester van Rembrandt, 06-12-1991/01-03-1992, catalogus: pp. 162-163, n° 33 repr. Bibl.: K. Bauch, Der frühe Rembrandt und seine Zeit, Berlijn 1960, p. 107 fig. 69


Domenico Beccafumi (Valdibiena 1486-1551 Siena)
Een clair-obscur houtsnede van
Een apostel (St. Bartholomeus ?) van drie blokken in grijze tinten op papier, ca. 1540-1550, 414 x 214 mm (inv. n° 2000-P.18)


Deze houtsnede van een apostel is uitgevoerd door de Italiaanse kunstenaar Beccafumi in drie nuances van grijs. Dit werk kan als een van de hoogtepunten op het gebied van de techniek van de clair-obscur houtsneden worden beschouwd.

Beccafumi was een veelzijdig kunstenaar. Behalve schilderijen maakte hij ook beeldhouwwerken, mozaïeken, tekeningen, etsen en houtsneden. Hij is ook bekend vanwege zijn afbeeldingen in marmer op de vloer van de kathedraal van Siena. Beccafumi werkte in een maniëristische stijl. Typerend voor hem is de sterk verdraaide maar monumentale houding van zijn figuren (contraposto), die vaak relatief lange armen hebben. Bij de clair-obscur houtsneden experimenteerde hij uitvoerig met de lichtdonker effecten en de kleurmogelijkheden.

De staande apostel maakt deel uit van een onvoltooide serie. Dit werk past goed bij de clair-obscur houtsneden in de Collectie Frits Lugt en sluit tevens prachtig aan bij een tekening van Beccafumi in de verzameling. Deze rijk uitgewerkte voorstelling van Drie profeten (?) op gekleurd papier heeft dezelfde afmetingen als de meeste andere prenten uit de serie apostelen. Opvallend is dat Beccafumi de tekening aan de achterzijde heeft 'doorgegriffeld'. Door deze methode kon de voorstelling gekopieerd worden, bijvoorbeeld op een ander stuk papier. Vermoedelijk wilde Beccafumi de tekening gebruiken ter voorbereiding van een (onbekende) prent.

Bibl.: A. Bartsch, Le peintre-graveur, 21 vols, Vienne 1800-1821, vol. XII, 72.15