Keuze uit de nieuwe aanwinsten van het jaar 2001:

Philips (de) Koninck (Amsterdam 1619-1688 Amsterdam)
Een tekening
De kaartspelers in pen en bruine inkt, gewassen in bruin en grijs, gemonogrammeerd, 179 x 160 mm (inv. n° 2001-T.5)

Philips Koninck, zoon van een goudsmid, vertrok rond 1637 naar Rotterdam om daar bij zijn oudere broer, Jacob Koninck (1614/15- na 1690), in de leer te gaan. Het is onzeker of hij, eenmaal terug in Amsterdam rond 1641, nog in de leer bij Rembrandt is geweest zoals Arnold Houbraken schrijft. In ieder geval vertoont zijn vroege werk de invloed van de beroemde schilder. Philips Koninck wordt tegenwoordig vooral geroemd om zijn landschappen, maar hij vervaardigde ook portretten en genrestukken.

De door de Fondation Custodia aangekochte tekening is zo'n genrestuk. Hiervan was nog geen exemplaar in de collectie aanwezig. De tekening is volgens Werner Sumowski te dateren in het begin van de jaren 1660. Zij is te vergelijken met tekeningen in Hamburg, Leiden en St. Petersburg [Sumowski 1324, 1325, 1336]. Het onderwerp en de wat "grove" stijl van het blad is typerend voor Koninck. Met snelle, hoekige streken in pen en bruine inkt heeft de kunstenaar een "boertige" scene neergezet van drie kaartende mannen in een herberg. Links vermaken zich twee kinderen rond een (bier)ton. In deze figuurstukken van Koninck zien we sterk de invloed van Adriaen Brouwer (1605/06-1638).


Van een anoniem tekenaar (Nederland, tweede helft zeventiende eeuw)
Een Portret van René Descartes (1596-1650) in penseel en bruine inkt, bruin gewassen en met enig wit gehoogd, over een schets in zwart krijt; delen van de boognis en de marge voor de titel doorgegriffeld, 171x133 mm (inv. no 2001-T.21)

De vermelding van ‘’t Portret van Descartes, met roet gewassen’ door Rembrandt in de handgeschreven inventaris van de Delftse verzamelaar Valerius Röver (1686-1739) was lange tijd de enige bron voor het bestaan van deze tekening. Toen in de zomer van 2001 dit portret van de Franse filsoof geveild werd, kon de herkomst aan de hand van een aantekening op de verso teruggevoerd worden tot de verzameling Röver.

De tekening heeft alle kenmerken van een prentontwerp. Enkele lijnen zijn doorgegriffeld om de tekening op de graveerplaat over te brengen, en de architecturale omlijsting laat onderaan plaats voor een opschrift. Er is inderdaad een prent naar gemaakt die opgenomen werd in een herdruk van de Nederlandse vertaling van één van Descartes’ werken, Principia Pilosophiæ of beginselen der wijsbegeerte (Amsterdam 1690). Helaas wordt niet vermeld wie de prent ontworpen heeft, want Rembrandt is het zeker niet.


Jean-François Sablet (Morges 1745-1819 Nantes)
Een tekening
Vissers in een Italiaans landschap bij onweer in penseel en zwarte inkt, grijs gewassen, gehoogd met witte gouache, op blauw-grijs papier, gesigneerd, 410 x 540 mm (inv. n° 2001-T.25)

Jean-François Sablet vertrok in 1791 met zijn broer Jacques naar Rome, vanwaar ze beiden twee jaar later, vanwege de gebeurtenissen in hun vaderland, terugkeerden naar Parijs. Jean-François is vooral bekend om zijn portretten, onder andere van de burgerij van Nantes, waar hij zich 1805 vestigde.

De voor de Collectie Frits Lugt verworven tekening moet dateren uit Sablets Italiaanse periode, toen hij sterk onder invloed stond van het werk van zijn broer. (De tekening is geplakt op een bladzijde uit een registerboek waarop het jaartal 1793 voorkomt.) Voorbeelden van Sablets kunst uit die jaren zijn eerder schaars. Ook de kwaliteit van het besproken blad is uitzonderlijk in het werk van de kunstenaar.

De tekening versterkt de verzameling laat-achttiende- en negentiende-eeuwse Franse landschapstekeningen die de afgelopen decennia, na de dood van Frits Lugt, door de Fondation Custodia is opgebouwd. De tekening van Sablet heeft echter weinig gemeen met de latere Franse landschapskunst. Daarin gaat de aandacht vooral naar een getrouwe weergave van de atmosfeer en het geobserveerde. Bij dit werk van Sablet draagt integendeel alles, zelfs het groenachtige papier, bij tot een theatraal effect.



François (Saint) Bonvin (Parijs 1817-1887 Saint-Germain-en-Laye)
Een ets "Les instruments de l'eau-forte" uit 1861, 225 x 148 mm (inv. n° 2001-P.20)
 
François Bonvin is vooral bekend als schilder, maar gedurende zijn carrière legde hij zich ook een enkele maal toe op de etskunst. Onder het (klein) aantal uitgevoerde werken bevindt zich een serie van 6 platen, die in 1861 door Auguste Delâtre (1822-1907) werd gedrukt onder de titel Six eaux-fortes, dessinées et gravées par F. Bonvin, peintre. De platen in de serie tonen dezelfde onderwerpen die ook in de schilderijen van de kunstenaar terugkomen, namelijk genrestukken en stillevens. Op de titelpagina, die door de Fondation Custodia is aangekocht, staan op een tafel de instrumenten van een etser weergegeven : een vel papier, de plaat, de flesjes zuur, een trechter, de burijn, een vergrootglas.
 
Bonvin maakte deze serie etsen op het moment dat de etskunst weer sterk in opkomst was in Frankrijk, na een periode waarin de pas uitgevonden techniek van de lithographie de boventoon had gevoerd. Bonvin liet zijn serie verkopen door de uitgever Alfred Cadart (1828-1875), in wiens atelier regelmatig een aantal graveurs bijeenkwamen, zoals Antoine Vollon (1833-1900), Théodule Ribot (1823-1891), Adolphe Appian (1818-1898), Félix Bracquemond (1833-1914). In 1862 richtte Cadart de Société des Acquafortistes op ter bevordering van de etskunst. Bonvin heeft nooit deel uitgemaakt van deze club en toen in 1871 zijn serie - met toevoeging van vier platen - bij Cadart werd heruitgegeven, verscheen deze dan ook in een afzonderlijk folio.

Bibl.: - Henri Béraldi, Les graveurs du xixe siècle. Guide de l’amateur d’estampes modernes, vol. 2, Parijs 1885, p. 164, cat. no 2/1 of 3/1
- Gabriel P. Weisberg, Bonvin, Parijs 1979, no 349