Keuze uit de nieuwe aanwinsten van het jaar 2003:

Van een Zuidnederlandse (?) kunstenaar omstreeks 1580, een tekening De drie jongelingen in de vurige oven, in pen en grijze inkt, grijs gewassen, gehoogd met witte gouache, op bruin-roze getint papier, 165 x 251 mm (inv. nr. 2003-T.30)

Dit interessante blad kon worden toegevoegd aan het mooie bestand vroege Nederlandse tekeningen in de verzameling. Weergegeven is een moment uit de geschiedenis van de drie Joodse jongelingen die weigerden het gouden beeld van koning Nebukadnezar te aanbidden maar ongedeerd bleven in een vurige oven (Daniël 3, 8-12). De onbekende kunstenaar leunde voor allerlei details op een prent met hetzelfde onderwerp naar Maerten van Heemskerck uit 1565, maar kleedde de bijbelse figuren merkwaardigerwijs in eigentijdse kostuums. Het blad is opvallend spontaan uitgevoerd in een gecompliceerde, schilderachtige tekentechniek en ontstond waarschijnlijk in de Zuidelijke Nederlanden, een indruk die versterkt wordt door het watermerk dat is aangetroffen in Brussels papier uit de jaren 1582-1588. Een Landschap met de vlucht van Cloelia en haar vriendinnen op de achterzijde is van veel geringere kwaliteit en stamt wellicht van een andere hand.


Uit de school van de Deccan te Golconda omstreeks 1680-1700 een miniatuur Prins te paard met valk op eendenjacht, in gouache gehoogd met goud op papier; opgeplakt.- 243 x 170 mm (miniatuur), 391 x 262 mm (albumblad) (inv. nr. 2003-T.4)

Jachtscènes waren een geliefd onderwerp onder de vorsten van de koninkrijkjes in de Deccan. Meesterlijk is in deze miniatuur het moment weergegeven waarop de valk op het punt staat op te vliegen om de eend in zijn vlucht aan te vallen. De combinatie van het heldere groen van de achtergrond met de donkerbruine kleur van het paard en het blauw van de hemel zijn typerend voor de school van de Deccan. Amusant is de wijze waarop dienaar en hond het galopperende paard trachten bij te houden. Op de verso van het albumblad bevindt zich een kalligrafie van de hand van de 17de-eeuwse dichter Muhammad Murad.


Van Alexandre-Gabriel Decamps (Parijs 1803-1860 Fontainebleau) een tekening Gezicht op een meer in houtskool, plaatselijk gedoezeld, 261 x 433 mm (inv. nr. 2003-T.6)

De uitgewerkte tekeningen van Alexandre Decamps riepen in zijn tijd zowel bedenkingen als bewondering op. Critici beschrijven zijn aandacht voor de kwaliteit van het papier en zijn vindingrijkheid in het ontwikkelen van technieken die hem toelieten ‘de l’attaquer pour obtenir des reliefs et des transparences’. Het hier getoonde blad hoort tot een groep houtskooltekeningen waarbij detaillering is verkregen door plaatselijk licht te gommen of te ‘doezelen’. De meeste van deze tekeningen zijn door de kunstenaar voorzien van het karakteristieke monogram DC, dat echter ontbreekt op onze tekening – misschien omdat het blad een geschenk geweest zou zijn aan de kunstenaar Joseph-Nicolas Robert-Fleury (1797-1890). De tekening is vergelijkbaar met het schilderij Christus op het meer van Genezareth (1853, Louvre) en ademt geheel de sfeer van de werken waartoe Decamps geïnspireerd werd door een reis naar het Midden-Oosten in 1828 en die in de negentiende-eeuwse kunst de mode van het ‘oriëntalisme’ inluidden.


Van Jan Harmensz. Muller (Amsterdam 1571-1628 Amsterdam) een kopergravure Heilige familie met musicerende engelen, naar Bartholomeus Spranger (1546-1611), 323 x 212 mm (inv. nr. 2003-P.36)

Naar aanleiding van de verwerving van een onbekende tekening van Jan Muller (inv. nr. 2003-T.18) werd de verzameling ook uitgebreid met twee van diens religieuze en mythologische prenten. In de hier voorgestelde Heilige familie is de graveerstijl van Hendrick Goltzius te herkennen, voor wie Muller in 1589 werkzaam was. Omstreeks die tijd begon Muller ook het werk van de Vlaming Bartholomeus Spranger in prent te brengen, die verbonden was aan het Praagse hof van keizer Rudolf II.
 
De uitzonderlijke kwaliteit van de afdruk hangt samen met een prestigieuze herkomst: de prent is afkomstig uit een achttiende-eeuws album uit de bibliotheek van de Engelse familie Spencer. De (nu lege) band werd bij de verwerving van de prent door Artemis Fine Arts aan de verzameling geschonken (inv. nr. 2003-R.1). Behalve van Muller bevatte het album ook prenten van Dürer, Goltzius, Jan Saenredam en Aegidius Sadeler.

 
Bibliografie: Jan Piet Filedt Kok, The Muller dynasty, vol. I, Rotterdam 1999 (The new Hollstein Dutch & Flemish etchings, engravings and woodcuts 1450-1700), nr. 66II/III; voor het album: Marjorie B. Cohn et al., A noble collection: the Spencer albums of old master prints, tent. cat. Madison (Elvehjem Museum of Art, University of Wisconsin) etc. 1992-1993, p. 25 noot 29, 30-33
 
 
Van Norbert Goeneutte (Parijs 1854-1894 Auvers-sur-Oise) een drogenaald Portret van Henri Guérard, 440 x 243 mm (inv. nr. 2003-P.27)

Net als de met hem bevriende Henri Guérard (1846-1897) was Norbert Goeneutte een kunstenaar in de marge van het impressionisme en vooral werkzaam als graficus. Behalve de hier getoonde prent heeft Goeneutte nog twee andere portretten van Guérard gegraveerd. Op een ervan staat laatstgenoemde aan een etspers; op de andere draagt hij een mondainer tenue. Maar ook op deze prenten, zoals in de hier voorgestelde eerste staat (waarvan slechts één ander exemplaar bekend zou zijn), herinnert het uitgesproken effect van de drogenaald in de donkere partijen aan de bloei van de Franse etskunst aan het einde van de negentiende eeuw en aan de bijdrage die zowel de etser als de geportretteerde hieraan geleverd hebben. Van Guérard is de verzameling, naast een paar prenten, ook een groot aantal brieven rijk is.

Bibliografie: Gilbert de Knyff, L’art libre au XIXe siècle ou la vie de Norbert Goeneutte, Parijs 1978, p. 138, nr. 47; Norbert Goeneutte. 1854-1894, cat. tent. Pontoise (Musée de Pontoise) 1994, nr. 84I/II